II Hoe is het zo ver gekomen?

De huidige organisatie van het onderwijs door de gemeenschappen in België en daarmee indirect de fysieke scheiding van de Brusselse scholen is – zoals iedereen weet – het resultaat van een lang proces van decentralisatie van bevoegdheden van de Belgische staat.

Historisch gezien heeft de verfransing van de Brusselse volksklasse in de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw door onder meer in het onderwijs tot ernstige ongerustheid geleid bij de Nederlandstalige Brusselaars, die haar taal- en cultuuridentiteit niet wilde verliezen. Gaandeweg is dus een Nederlandstalig onderwijs in Brussel ontstaan, vaak binnen reeds bestaande instellingen. Deze taalsplitsing van veel scholen heeft het gevoel versterkt dat men, soms werkelijk en soms subtiel, tot een aparte gemeenschap in Brussel behoort.

De federalisering van de Belgische staat en de communautarisering van het onderwijs heeft de onderwijsinstellingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest definitief naar taalaanhorigheid gesplitst. Dat heeft geleid tot de vorming van fysieke scheidingen in veel scholen die oorspronkelijk een gemeenschappelijke infrastructuur deelden. Omdat deze scheiding aansloot bij de heersende communautaire logica, is hier destijds maar weinig tegen geprotesteerd. Een romantische voorstelling van scholieren die luidkeels van elkaar worden gescheiden, zou totaal onjuist zijn. De splitsingslogica, die ook nu nog blijkt uit de fysieke scheiding van bepaalde Brusselse scholen (zie hiervoor het filmpje op www.vrijdaggroep.be), sloot deels aan bij de prangende maatschappelijke werkelijkheid van die tijd. Sinds de communautarisering is de Brusselse samenleving echter radicaal veranderd.

Een belangrijk deel van de Brusselse leerlingen is tegenwoordig afkomstig uit gemeenschappen die niets te maken hebben met onze Belgische ‘koude taaloorlog’.

Moedertaal
2001
2011
 
 
 
Frans
71.0
63.2
Engels
2.9
2.5
Nederlands
19.3
19.6
Arabisch
9.7
21.1
Spaans
2.5
3.0
Duits
1.6
0.9
Italiaans
2.5
2.5
Moedertaal van de Brusselse bevolking
Bron: http://www.marnixplan.org (VUB – Taalbarometer)

Bevolkingsgroepen die qua taal- en gemeenschapsaanhorigheid soms sterk vergelijkbaar zijn, belanden binnen één en dezelfde wijk aan weerszijden van de muur tussen het Frans- en het Nederlandstalige deel van dezelfde school. De keuze voor een onderwijsvorm wordt tegenwoordig echter vaker ingegeven door pedagogische overwegingen van de ouders dan door een Vlaamse of Franstalige identiteit. Voor veel mensen lijkt het daarom volledig achterhaald om onze Belgische communautaire hokjesgeest te kopiëren naar de huidige realiteit van Brussel. Het toepassen van een verouderde logica op een moderne situatie moet niet aangeprezen worden. Laten we dit veranderen!

III Sloop die muren:
de visie van de Vrijdaggroep om van
meertaligheid een Brusselse troef te maken

Op het moment dat Brussel zijn positie als kruispunt van een multicultureel Europa wil versterken, lijkt het voor de Vrijdaggroep vanzelfsprekend dat het onderwijsmodel op basis van taaldifferentiatie moet veranderen. Het scheiden van leerlingen volgens het onderwijsstelsel waarvan ze deel uitmaken, behoort tot het verleden. Het onderwijs in Brussel moet opnieuw uitgevonden worden om de tweetaligheid van het gewest te weerspiegelen.

In dit opzicht kunnen we verschillende internationale ervaringen bestuderen om ze aan de Brusselse situatie aan te passen en zou met name het Catalaanse stelsel als inspiratiebron kunnen dienen. Net als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft Catalonië twee officiële talen: het Catalaans en het Castiliaans. In tegenstelling tot de Brusselse situatie, waar twee eentalige onderwijsstelsels door de gemeenschappen worden georganiseerd (een Frans- en een Nederlandstalig stelsel), waarborgt het Catalaanse onderwijsstelsel dat beide officiële talen worden geleerd:

"De aanwezigheid van het Catalaans en het Castiliaans moet zodanig in de programma’s gewaarborgd worden dat alle kinderen, ongeacht hun gebruikelijke taal aan het begin van hun schooltijd, in staat zijn om beide officiële talen aan het einde van de leerplicht normaal en correct te gebruiken[I]”. Om deze doelen te bereiken[II], stelt de wet bovendien dat "de leerlingen in de scholen of klassen niet gescheiden mogen worden op basis van hun gebruikelijke taal [III] ”.

Het Catalaanse voorbeeld toont aan dat het mogelijk is om een tweetalig onderwijsstelsel in een tweetalige regio in te voeren. Taaldiversiteit dient dan niet als criterium om de kinderen van elkaar te scheiden, maar vormt een rijkdom en een gemeenschappelijk fundament om de kinderen ongeacht hun communautaire afkomst in staat te stellen een doeltreffende tweetaligheid te bereiken en zo het samenleven in Brussel te verbeteren.